Je houdt je bezig met allerlei specialistische kwesties op het gebied van landbouw: agrarische bedrijfsvoering, milieu, landbouw in de tropen enzovoort. Je doet onderzoek, geeft advies en ontwikkelt methoden en technieken waarmee binnen je specialisme kan worden gewerkt. Je werkt bij een organisatie die iets met landbouw heeft te maken. Dat kan een bedrijf of (overheids)instelling zijn maar ook een landbouworganisatie. Meestal bepaal je zelf wat je moet doen en hoe je de taken uitvoert, al zul je je vaak aan allerlei (inter)nationale voorschriften moeten houden. Vaak heb je een leidinggevende functie, bijvoorbeeld als afdelingshoofd of (adjunct-)directeur. Je overlegt veel, bijvoorbeeld met computerdeskundigen, landbouwtechnici, bedrijfskundigen en technisch tekenaars.
Wat je precies doet, hangt sterk af van de plek waar je werkt. Je kunt bijvoorbeeld gespecialiseerd zijn in agrarische bedrijfsvoering en productiesystemen. Je doet dan onderzoek naar manieren om een agrarisch bedrijf te runnen en naar (nieuwe) teeltmethoden. Meestal beperk je jezelf tot een deelterrein, bijvoorbeeld bedrijfskunde, bestuurlijke automatisering of milieukunde. Met je specialisatie kun je ook in het onderwijs of een voorlichtingsbaan terechtkomen. Ben je gespecialiseerd in de landbouwsysteemtechniek, dan verbeter je onder andere computerprogramma's voor de groenteteelt, bloembollenteelt enzovoort. Zo analyseer je de (geautomatiseerde) informatiestromen in een agrarisch bedrijf en onderzoek je wat je daaraan kunt verbeteren. Als je werkt als onderzoeker, ontwikkel je nieuwe teeltmethoden en technieken voor de landbouw. Wat je ook precies doet, je zit vaak achter de computer. Daarop verbeter je computerprogramma's, verwerk je onderzoeksresultaten, schrijf je rapporten of maak je technische tekeningen.
|