Als chemicus doe je onderzoek naar de samenstelling, eigenschappen en toepassingsmogelijkheden van producten en stoffen. Chemici werken als wetenschappelijk onderzoeker aan een universiteit of bij een onderzoeksinstituut of doen bijvoorbeeld toegepast onderzoek in dienst van een bedrijf (denk aan de kunststof-, verf- of petrochemische industrie). De directie van het laboratorium of bedrijf waar je werkt, stelt een werkplan vast. Daarna bepaal je zelf hoe je het onderzoek uitvoert, hoe je de taken verdeelt en welke apparatuur je gebruikt. Meestal geef je leiding aan enkele medewerkers of aan een heel laboratorium.
Door diepgaand onderzoek te doen, ontwikkel je nieuwe stoffen, test je toepassingsmogelijkheden en probeer je eigenschappen van stoffen te veranderen of te verbeteren. Je gebruikt allerlei apparatuur (van reageerbuisjes tot een elektronenmicroscoop) en je kunt werken met uiteenlopende materialen, zoals kunststoffen, mineralen, geneesmiddelen of petrochemische producten. Welke materialen dat precies zijn, hangt af het soort bedrijf waar je in dienst bent en het soort onderzoek dat je doet. Tijdens het onderzoek bespreek je de vorderingen regelmatig met de directie, met collega's en met medewerkers. Je beoordeelt de resultaten van de verschillende deelonderzoeken en je geeft aanwijzingen voor vervolgonderzoeken. Je trekt conclusies en je legt je bevindingen vast in rapporten. Ook schrijf je artikelen voor vaktijdschriften. Daarnaast houd je de ontwikkelingen op je vakgebied bij door vakliteratuur te bestuderen en door congressen en symposia te bezoeken.
|