Als filmoperator bioscoop ben je belast met het monteren, draaien, opbergen en onderhouden van de films die in de bioscoop worden gedraaid. Je maakt films gebruiksklaar en zorgt ervoor dat het afdraaien van de film tijdens voorstellingen goed verloopt. Ook ben je verantwoordelijk voor het onderhoud van de apparatuur.
Allereerst bekijk je alle films die binnenkomen op beschadigingen. Ook controleer je het beeld- en het geluidssysteem, omdat de verschillende systemen uiteenlopende instellingen van de projector vereisen. Hetzelfde doe je met de reclamefilms en de trailers (voorfilms). Je monteert de reclamefilms, de trailers en de diverse delen van de hoofdfilm in de juiste volgorde aan elkaar. Drie kwartier voor het begin van de voorstelling leg je de film in de projector. Tijdens de voorstelling blijf je in de cabine waar de projector staat opgesteld. Je controleert steeds of het beeld en het geluid goed zijn. Als het nodig is, stel je die bij. Ook ga je in de zaal kijken en luisteren of alles in orde is. Dat doe je ongeveer vier keer per voorstelling. Als er iets misgaat, verhelp je het mankement zo snel mogelijk. Soms moet je de film daarvoor even stopzetten. Wanneer je in een bioscoop met meer dan één zaal werkt, bedien je meerdere projectoren tegelijkertijd. Na de laatste vertoning van een film haal je de reclamefilms, de trailers en de hoofdfilm weer uit elkaar. Je verpakt alles weer in de dozen en je stuurt ze naar een andere bioscoop of naar de verhuurder.
|