Als glaszetter zet je glazen ruiten (soms dubbelglas of gebogen ruiten) in de kozijnen van gebouwen. Je snijdt de ruiten ook op maat. Van je baas of direct van de klant hoor je wat je moet doen.
Soms heb je in de werkplaats de ruit al op maat gesneden en breng je deze met een glastransportauto naar de werkplek. Zo niet, dan neem je ter plekke de maat met een rolmaat en snijd je de ruit met een glassnijder langs een hoekrij (een soort stalen liniaal). Dat doe je uiteraard voorzichtig, want glas breekt meteen als je het verkeerd behandelt. Met uithakbeitels en hamers haal je oude resten kit, stopverf, glaslatten en scherven weg uit de sponning (het profiel van het kozijn waarin de ruit geplaatst wordt). Soms breng je eerst nog een zachte welpasta aan in de sponning. Dan zet je de ruit in. Werk je van buitenaf, dan sta je vaak op een ladder of steiger. Grote en zware ruiten plaats je met collega's. Met stop- en plamuurmessen dicht je de ruit daarna af met beglazingskit of stopverf. Als het nodig is, zet je de ruit ook nog vast met glaslatten.
|